De vraag ‘Hoe gaat het?’ die we vaak met ‘Goed’ beantwoorden.

‘Hoe gaat het nu met je?’ ‘Het gaat goed. Dank je.’

Wie kent dit niet. Je zegt dat het goed gaat, maar eigenlijk weet je wel beter.

Als je met zeer vers verdriet te maken hebt, dan weten veel mensen wel dat het nog niet goed met je gaat. Dan snappen ze nog wel dat je erg verdrietig bent. Tenminste… hopelijk snappen ze dat dan. Maar als het om verdriet gaat dat al wat ouder aan het worden is, of verdriet dat al best oud is en wellicht onzichtbaar voor iedereen om je heen, dan is het heel moeilijk om daarover te beginnen. Waarom zeggen we zo vaak ‘het gaat goed’? Ook als het eigenlijk niet goed gaat?

Dat kan meerdere redenen hebben. Om maar eens enkele redenen te noemen: ten eerste hebben we soms geen tijd voor een praatje. Als iemand rond etenstijd in de supermarkt vraagt hoe het met je gaat, dan is het heel makkelijk om te zeggen ‘Goed, dank je’. Op die manier geef je eigenlijk aan dat je geen tijd hebt, zonder dat te benoemen. Ten tweede kan het zijn dat je niet zo’n zin hebt om met diegene te praten. Het is iemand die je misschien vaag kent of iemand waar je nu gewoon geen zin in hebt. Ten derde kan het zijn dat je er geen behoefte aan hebt om het over je verdriet te hebben. Misschien voel je je best goed die dag en wil je dat zo houden. Soms wil je gewoon even geen ruimte maken voor verdriet, omdat je blij bent dat je je juist even wat beter voelt. Dan wil je het er gewoon niet over hebben. Punt. Dus ook dan werkt ‘het gaat goed’ bijzonder handig, zeker als de ander niet zal doorvragen. Ten vierde kan het zijn dat de situatie absoluut niet geschikt is om het over bepaalde gevoelens te hebben. Zoals in een drukke winkel met muziek op de achtergrond. Zo zijn er vast nog meer redenen waarom het werkt om te zeggen dat het goed gaat.

De vijfde reden die ik hier nog wil toelichten, dat is dat je voor jezelf doet alsof het goed gaat. Dan zeg je dat het goed gaat, maar dan geloof je zelf misschien ook dat het echt goed met je gaat. Dat wil zeggen… je hersenen laten je dan geloven dat het goed met je gaat. Ergens van binnen, met je gevoel, weet je wel dat er een verdriet zit en dat er iets speelt. ‘Oud’ verdriet verdwijnt immers niet zomaar. Je kunt het langdurig verstoppen of doen of het er niet is, maar het slaat zich op ergens in je systeem. Ergens in je lijf zit dat verdriet en na verloop van tijd kun je misschien bepaalde klachten ontwikkelen door dit opgeslagen verdriet.

Soms is het nodig in je leven, om een overlevingsmechanisme in te schakelen. Dan doen je hersens alsof het goed gaat. Niks aan de hand. Hup, doorgaan met alles. Misschien nog wel wat harder werken. Veel afleiding. Leuke dingen doen. Vol in het leven staan (denk je dan). Dit overlevingsmechanisme heeft ongetwijfeld een nut gehad. Op het moment dat het verdriet ontstond (misschien in je vroege jeugd) was er bijvoorbeeld geen ruimte om verdrietig te zijn. Je moest wel door als kind, er was geen aandacht en begrip voor. Dan kan het verdriet ‘naar binnen slaan’. Het gaat onder de oppervlakte zitten, eigenlijk verstopt het verdriet zich. Dat is de Verloren Schaduw. Het is er wel, maar gedurende je leven ben je het kwijt geraakt.

Later, als je volwassen bent, dan kan het zijn dat er allerlei klachten en gevoelens opspelen, en dat je er uiteindelijk achter komt dat dit te maken heeft met deze Verloren Schaduw. Want die wil alsnog gezien worden. Al is het twintig jaar later. Al is het vijftig jaar later. Dan nog is het helend als het gezien mag worden, als het eruit komt. Hoe spannend en eng dat ook aan kan voelen. Het idee alleen al. Want je hersenen doen er in dit geval alles aan om in de ‘overleef-stand’ te blijven (‘je bent niet verdrietig, er is niks aan de hand, verdriet is eng, ga nu maar gewoon door met wat je doet, let niet op je gevoel, je bent geen kind meer, je moet niet huilen, neem anders nog maar even een lekker stuk chocola, dan gaat het wel weer goed’). Ja, ja… Bedankt hersenen, jullie hebben nuttig werk verricht, maar nu is het tijd om het verdriet aandacht te geven. Nu kan het. Nu is de omgeving veilig genoeg, nu kan ik voor mijzelf zorgen.

Ik wens je deze ruimte en aandacht voor het verloren stuk verdriet toe. En laat anderen dan maar even denken dat het goed met je gaat, als dat beter uitkomt.

Wees er eerst voor jezelf. Zet je masker af voor jezelf (en houd het masker binnen handbereik voor anderen, want je bent op z’n aller-aller-kwetsbaarst als je je eigen verdriet toelaat. Dat hoeft niet iedereen te zien). Ik gun je, dat je eerlijk tegen jezelf durft te zeggen: ‘nee, het gaat even niet zo goed’. Pas dan kun je er voor jezelf gaan zijn.