Het lastige van verandering

Één ding is zeker in het leven: alles zal altijd weer veranderen. En heel vaak gaat dat samen met een verlies. Gebouwen die je goed kent van vroeger, worden gesloopt. Mensen overlijden. Huisdieren vallen weg. Stukken natuur worden volgebouwd. Winkels gaan dicht. Relaties eindigen, enzovoorts. Elke verlieservaring heeft op een bepaalde manier met een verandering te maken. Al is het maar, dat je een toekomstdroom op moet geven. Ook dán is er sprake van een verandering die behoorlijk ingrijpend kan zijn.

Maar ook in het klein kunnen veranderingen lastig zijn. Als ze de inrichting van de supermarkt veranderen, dan kunnen we dat al lastig vinden. Dan moeten we zo zoeken naar de nieuwe plek van alle producten. Na een tijdje raken we er waarschijnlijk wel aan gewend. Als je gewend bent om de auto voor je huis te parkeren en ineens zet de nieuwe buurvrouw haar auto op die plek neer, dan kan het even duren voordat je eraan gewend bent. In je hoofd was het namelijk ‘jouw’ plek, terwijl je heel goed weet dat die plek officieel helemaal niet van jou is. Die plek is net zo goed van ieder ander die daar wil parkeren. Verandering van bepaald soort beleg op je brood of van de boter die je altijd gebruikt, kan even wennen zijn. Er zijn ook grotere veranderingen, zoals de verandering van gulden naar euro. Dat was voor velen van ons heel moeilijk. Het kon een hele tijd duren voordat je gewend was aan de nieuwe munten en biljetten en velen bleven nog lange tijd alles omrekenen (sommigen doen dat nog stééds). Grote veranderingen en kleine veranderingen… het is een terugkerend thema in ons leven en telkens moeten we weer opnieuw wennen en ermee om zien te gaan. Áls we er tenminste aan kunnen wennen, want sommige veranderingen wennen haast nooit. Waarom hebben we vaak zoveel moeite met veranderingen?

Ik denk dat dat met verschillende dingen te maken heeft. Met je persoonlijkheid, met de mate waarin je als kind al geleerd hebt om met veranderingen om te gaan, met het voorbeeld dat je hebt meegekregen, met alles wat je later in je leven geleerd hebt, met de hoeveelheid (ingrijpende) veranderingen die je hebt meegemaakt en bijvoorbeeld ook met de steun die je ervaart van anderen na een heftige verandering (zoals een verlieservaring). Biologisch gezien, gebeurt er een heleboel met ons als er een verandering plaatsvindt. Ons lichaam krijgt, heel zwart-wit gezegd, een duidelijk signaal bij de meeste vormen van verandering. Dat duidelijke signaal is dit: ‘Gevaar! Onveiligheid!’ (tenzij je het een hele leuke verandering vindt). We zijn als mens ingesteld op bepaalde gewoontes, structuren, duidelijkheid en ritme. Dat zie je bij kinderen en bij oudere mensen, maar het geldt in wezen voor iedereen. Er is altijd een bepaalde basis, een uitgangspositie. Laten we ons voor het idee een groep mensen voorstellen die duizenden jaren geleden leefden langs een riviertje, in kleine simpele hutten. Ze wisten waar ze water konden vinden, ze wisten waar ze eten konden vinden en ze hadden de hutten om ‘s nachts in te slapen en als beschutting. Dat gaf hen een bepaalde basisveiligheid, die nodig was om te overleven. Er kon van alles gebeuren. De rivier kon opdrogen (verandering). Dat was onveilig, ze waren nu in levensgevaar. Ze konden gaan ‘verhuizen’ naar een andere plek, langs een nieuwe rivier. Daar bouwden ze opnieuw hun basisveiligheden op. De voedselbronnen (dieren, bessen, wortels, e.d.) konden opraken. Ook dán was er gevaar. Ze moesten doortrekken tot ze in een gebied kwamen waar eten te vinden was. Verder konden ze worden aangevallen door andere mensen van andere stammen. Ook dat was gevaar. Of ze konden te maken krijgen met barre weersomstandigheden zoals hitte, kou of onweer. Ook dát was onveilig, net als wanneer er een bepaalde ziekte uitbrak. Kortom… hun leven schommelde heen-en-weer rondom een bepaalde basis, namelijk: veiligheid (overleven). Als ze onveiligheid (gevaar) meemaakten, dan moesten ze alles op alles zetten om opnieuw een evenwicht te vinden. Een hernieuwde veilige basis. We zijn er als mens nog steeds op gericht om veiligheid te zoeken/vinden. Dat vergroot immers de kans op overleving. Als je wéét hoe je aan eten moet komen, dan vergroot dat de kans op overleven. Als je wéét hoe je jezelf tegen kou kunt beschermen, dan vergroot dat de kans op overleving. Onze hersenen kunnen allerlei verbindingen aanleggen om patronen te onthouden. Zoals hoe je aan eten/drinken komt. Verbindingen die veiligheid en bescherming bevorderen.

We leven inmiddels duizenden jaren verder. Voor eten en drinken gaan we naar de supermarkt, huizen houden ons warm en beschermen ons tegen heftig weer en we kunnen ons tot op zekere hoogte beschermen tegen ziekten (alhoewel dat laatste nu maar weer knap lastig blijkt te zijn). De grootste en moeilijkste veranderingen waar we tegenwoordig mee te maken krijgen, zijn die op psychisch gebied. Als er iets of iemand wegvalt, dan is dat ook ‘gevaar/onveiligheid’ voor onze hersenen. We kunnen dan bepaalde basisbehoeften gaan missen, zoals het ervaren van liefde, vriendschap, bevestiging, aandacht, warmte, genegenheid of een luisterend oor. Allemaal elementen die we zo hard nodig hebben als mens. Als dat wegvalt, door een verlies, dan schreeuwt ons systeem: ‘Alarm! Onveiligheid!’ We zijn onze vertrouwde basis-veiligheid kwijt. En het kan heel lang duren om weer een nieuwe basis-veiligheid te hervinden. Dat zal niet hetzelfde zijn als voorheen, vele verliezen zijn immers onvervangbaar. De basis-veiligheid zal een andere vorm aannemen dan voorheen.

Zo hebben we als mens de mogelijkheid in huis om, met steun van anderen, een nieuwe basis-veiligheid te vinden in ons leven. Wat er ook gebeurt, wat we ook voor verliezen meemaken. Soms zijn we enorm uit het lood geslagen en duurt het eindeloos lang voordat we weer een nieuw evenwicht vinden. En soms gaat dat wat sneller. Maar hoe dan ook zijn we na een verlieservaring áltijd op zoek naar nieuwe veiligheid. Nieuwe ankers om ons aan vast te houden. Die ons helpen te (over)leven. En dan geldt misschien wel deze oer-oude Oosterse wijsheid: ‘Als je kunt buigen, dan breek je niet’. Zoals met bamboe. Als het heel hard waait, dan zal bamboe (of riet) ver doorbuigen. Maar het zal niet breken. Kortom… als je flexibel genoeg bent om na een verlieservaring/verandering een nieuwe basis-veiligheid te vinden voor jezelf, dan is de kans groot dat je het zult ‘overleven’. Soms letterlijk, maar vooral ook figuurlijk. Dan is de kans groot dat je verder kunt met je leven, ondanks het verlies dat je met je mee zult blijven dragen. Als je deze flexibiliteit om wat voor reden dan ook niet kunt opbrengen, dan zul je misschien eerder breken. Dan kunnen er klachten optreden zoals bijvoorbeeld depressie, burn-out, tal van lichamelijke klachten en vormen van ‘gecompliceerde rouw’, zoals men dat noemt. Die flexibiliteit hangt niet altijd van jezelf af, dat hangt van vele elementen af in je leven. Die flexibiliteit is voor een deel aan te leren. Je kunt er stapje-voor-stapje steeds vaardiger in worden. Hoe moeilijk het ook kan zijn.

We kunnen met allemaal kleine veranderingen in ons leven oefenen in het flexibel zijn. Hoe gaan we ermee om als ons favoriete brood niet meer verkocht wordt bij de supermarkt? Hoe gaan we ermee om als we ons dagelijkse ommetje buiten niet kunnen lopen zoals we gewend zijn, omdat de straat opengebroken ligt in verband met werkzaamheden? Hoe gaan we ermee om als er op ons werk een andere collega naast ons komt zitten? Hoe gaan we ermee om als we ons hadden verheugd op een afspraak met iemand en diegene zegt op het laatst af? Hoe gaan we om met de dagelijkse veranderingen in ons leven, kunnen we ons erin oefenen om flexibel te zijn en te buigen? Om een nieuwe basis-veiligheid te vinden? Hopelijk kunnen we hier genoeg in oefenen. En hopelijk zal dat ons helpen, op het moment dat er grote ingrijpende veranderingen plaatsvinden. Zodat we ondanks alles in staat zijn om een nieuw soort veiligheid voor onszelf te vinden, zodat we verder kunnen met leven. En niet constant de stress van het overleven hoeven te ervaren. Als we kunnen leven in veiligheid, dan kunnen we ontspannen. Dan kan het evenwicht in onszelf herstellen. Dan kunnen we weer wat vreugde ervaren en de mooie kanten van het leven inzien, óndanks de verlieservaringen die we hebben meegemaakt.

Ik wens je veel flexibiliteit toe. Opdat je wél zult buigen, maar níet zult breken.